06 1851 6435 info@lekkersturen.nl

Te Koop – Aston Martin DB4 GT spec -1960

Aston Martin DB4 1960 schuinvoor

Foto’s: Houtkamp

De Aston Martin DB4 GT is in veel opzichten te vergelijken met de Ferrari 250GT SWB. Allebei extreem zeldzame sportauto’s (Ferrari: 175 stuks, Aston: slechts 75 stuks, en dan laat ik de Zagato versie buiten beschouwing), afgeleid van de “normale” versie met als doel nog betere handling en prestaties te creëren, geïntroduceerd in 1959, compacte afmetingen met verkorte wielbasis vergeleken met de auto waar ze van afgeleid waren, en last but definitely not least een uiterlijk om weke knieën van te krijgen.

Aston Martin DB4 1960 zijkant

Een paar maanden geleden schreef ik over de Jaguar Serie 1 E-Type, de DB4 GT en de 250GT SWB vallen wat mij betreft in dezelfde categorie: het summum op design gebied. Vergelijk dat eens met de het aanbod van vandaag de dag: McLaren P1? No, thank you. Porsche 918? Nein, danke. LaFerrari? No, grazie. Een uitzondering is de Ferrari F12: een meesterwerk uit Maranello. Wellicht nog mooier dan de koets is datgene dat niet zichtbaar is: de motor. Een 6,3 liter V12 met 740 atmosferische pk’s. Never before, never again. En dat voor een fractie van de prijs van LaFerrari (juist Ferrari zou niet met zo’n pretentieuze naam op de proppen moeten komen), waren keuzes altijd maar zo simpel.

Aston Martin DB4 Interieur

Laat ik mij overigens haasten met te zeggen dat ik niet tot de groep mensen behoor die vindt dat vroeger alles beter was. Integendeel, nog nooit in de geschiedenis van de mensheid was er zó veel keus op het gebied van auto’s, en kreeg je zó veel waar voor je geld als vandaag de dag. Een middenklasser met een potente motor (Golf R) rijdt simpelweg rondjes om een DB4 GT, is praktisch en betrouwbaar, en rijdt gemakkelijk 1:12 bovendien. Maar qua styling zijn de meesterwerken uit de jaren ’50 en ’60 onovertroffen. Logisch ook, als je bedenkt dat een auto ontwerper toen onnoemelijk veel meer vrijheden had dan vandaag de dag.

Aston Martin DB4 1960 Stoel

Maar ik dwaal af. De Aston Martin DB4 die bij Houtkamp te koop staat voor iets maar dan 4 ton, is een linksgestuurde Serie II uit 1960. In de luttele jaren dat de DB4 geproduceerd werd (1958-1963), had je de Serie I tot en met V. Alle DB4’s hadden een lichtgewicht “superleggera” koets, ontworpen door Carrozzeria Touring in Milaan. Deze bestond uit een buizenframe dat omhuld werd door met de hand geklopt plaatwerk bestaande uit een aluminiumlegering. De Serie I tot en met V verschilden slechts op details van elkaar. Uitzondering waren de DB4 Vantage modellen (met krachtiger motor, leverbaar vanaf de Serie IV), deze hadden namelijk reeds de voorkant met de gestroomlijnde koplampen, waar in latere jaren de DB5 zo bekend mee is geworden. Dit specifieke exemplaar is er ook mee uitgerust, en wel omdat het een DB4 “in GT spec” is.

Aston Martin DB4 1960 achterkant schuin

Uit de tekst op de website (mooie website, uitstekende foto’s, Engelse tekst kan beter) leid ik af dat deze auto zijn leven is begonnen als DB4 Series II, en nu door het leven gaat als DB4 GT. Je zou de auto dus zelfs een DB4 GT replica kunnen noemen, wel is het een heuse DB4. Dat woord wordt vermeden (in Engeland wil men nog wel eens eufemistisch het woord “recreation” gebruiken), al heeft het in mijn oren totaal geen negatieve klank. Het is eerder een pluspunt. Alle voordelen van een “echte”, en soms meer. Zo beschikt dit exemplaar bijvoorbeeld over 350 pk, terwijl een echte DB4 GT 306 pk heeft. En het grote nadeel van een echte (astronomische prijs, dichter bij de 2 dan de 1 miljoen euro) heeft dit exemplaar niet, alhoewel €435k natuurlijk ook voldoende is om een stuk of acht gebruikte DB9’s te kopen. Dat dan weer wel. Maar het is allemaal relatief. De eerdergenoemde 250 GT SWB doet zomaar 8 miljoen euro (om over de superzeldzame aluminium versie nog maar te zwijgen), en de trend is sterk stijgende. Reden waarom er ook best wat “recreations” van die auto rondrijden.

Aston Martin GT4 Motor

De DB4 GT was vooral te herkennen aan zijn verkorte wielbasis. Het scheelde een niet onaanzienlijke 12 centimeter. Daarmee was de wielbasis even lang (kort, zou je eigenlijk moeten zeggen) als die van de 250 SWB, met 2,40m. Dit, in combinatie met de gestroomlijnde voorkant en in dit geval de afwezigheid van bumpers, gaven hem een totaal ander uiterlijk, erg “racy”. Het plaatwerk was, om gewicht te besparen, nog dunner. Een auto waarmee je in 1959 zonder al te veel wijzigingen zou hebben kunnen deelnemen aan de 24 uursrace van Le Mans, wat dan ook gebeurd is.  Dit exemplaar heeft volgens de tekst een interessante historie, grotendeels in de VS, met een Franse jachtvlieger uit de Eerste Wereldoorlog als eerste eigenaar.

Aston Martin DB4 1960 achterkant

Het is moeilijk om een prijskaartje aan een “recreation” te hangen, er zijn altijd genoeg mensen die hun neus er voor ophalen. Het lijkt me, met de prijzen van echte DB4 GT’s in gedachten, dat de genoemde prijs zeer realistisch is. Je krijgt dezelfde of zelfs een betere auto, die door de lagere prijs ook nog eens bruikbaarder is. Als je het al een onprettige gedachte vindt om je met een auto van 4 ton door het hedendaagse verkeer te begeven, stel het je dan eens voor met een auto van 2 miljoen. Het enige “nadeel” van deze auto, is dat ie de fabriek in 1960 niet heeft verlaten als GT. Dan lijkt 1 á 1,5 miljoen meerprijs voor een “echte” wel erg duur betaald.

Aston Martin DB4 1960 achterkant schuin

Nog een exemplaar in GT spec dat te koop staat op Bramley Motor Cars te koop voor 600.000 Engelse ponden.

En hier een echte, helaas “price on application”, maar vrij vertaald betekent dat meestal “prijsisheelerghoog”.

Op de site van Houtkamp vind je meer foto’s en informatie over de beschreven Aston Martin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *